Menu

GWL danst met de grote jongens in Parijs

Donderdag en vrijdag 20-21 januari vond in Parijs een internationaal symposium plaats met als thema ‘Sustainable cities today – inventing a new urbanity for tomorrow’.
Meer dan zestig sprekers uit de hele wereld (Japan, Singapore, VS, Canada,Verenigde Naties, Wereldbank, EU) waren verzameld om te inventariseren wat er mondiaal gebeurt op het gebied van duurzaam bouwen en hoe dit verder bevorderd kan worden in de toekomst.
Daarbij ging het niet zozeer over duurzame wijkjes als het GWL, maar bijvoorbeeld over het duurzaam maken van miljoenensteden. Als er over geld gesproken werd waren het ook zelden bedragen met minder dat negen nullen die voorbijkwamen.
De conferentie werd georganiseerd door het Franse ministerie voor ecologie en duurzame ontwikkeling (ja, dat hebben ze daar) en geopend door de minister. Die vertelde dat de Franse regering 2 miljard euro voor duurzaamheid heeft uitgetrokken. De conferentie werd afgesloten door vertegenwoordigers van de EU en de VN.
Tussen al dit mondiale geweld zat ook het GWL-terrein, uitgenodigd om als spreker een verhaal te houden over bewonersparticipatie en inspraak, tijdens de ontwerpfase van de wijk en in het heden. Het voelde als dat kleine Gallische dorpje temidden van een zee van Romeinen, en ook hier hield het GWL dapper stand. Tussen alle grote visies en experimenten bleek de vraag hoe je bewoners bij die plannen betrekt en draagvlak kweekt toch in de praktijk niet zo makkelijk te beantwoorden te zijn. En dus hadden ook de grote jongens belangstelling voor dit kleine verhaal uit Amsterdam.
Het tijdsschema was strak, iedere spreker kreeg een kwartier. En dat betekende in de praktijk dat de gemiddelde Franse spreker drie minuten nodig had om te melden dat dat kort was maar dat hij zich daar aan zou gaan houden, om vervolgens een half uur door te praten. Met als gevolg dat de Japanse professor die het stadsontwikkelplan voor de nabije toekomst voor Tokyo had vormgegeven en daarvoor speciaal was ingevlogen, aan het eind van de sessie in tien minuten zijn verhaal moest doen.
De organisatie was een rommeltje, maar culinair was het zeer goed verzorgd. En hoe de tijdsschema’s ook knelden, aan de ruime (warme) lunchtijd van anderhalf uur viel niet te tornen. Hoe duurzaam de foie gras en de tonijn waren, dat blijft de vraag…